cyberpesten

Cyberpesten stopt niet na de schoolbel

De drukste ruimte van de school bevindt zich tegenwoordig niet meer in het gebouw. Het is de klassenapp. Daar wordt tot ’s avonds laat doorgepraat over wat er die dag in de klas of aula gebeurde. Als school heb je daar nauwelijks zicht op.

Dat is precies waarom cyberpesten zo hardnekkig is. Traditioneel pesten stopt vaak bij de laatste schoolbel. Online pesten gaat mee naar huis, de slaapkamer in en het hele weekend door. De plek waar een leerling vroeger tot rust kwam, is nu onderdeel van hetzelfde podium.

Waarom cyberpesten anders werkt

Een aantal kenmerken maakt cyberpesten anders dan pesten op het schoolplein.

Het publiek is groter en tegelijkertijd onzichtbaar. Een opmerking in een groepsapp met dertig leerlingen kan worden opgeslagen en binnen korte tijd in andere groepen belanden. De afzender ziet bovendien niet altijd direct wat een bericht met iemand doet. Die afstand verlaagt de drempel om iets kwetsends te zeggen of te delen.

Online berichten verdwijnen ook niet zomaar. Een vervelende bijnaam die op school na twee weken misschien weer wordt vergeten, kan online in chatgeschiedenissen en screenshots blijven rondgaan.

Ook de rolverdeling is anders. Bij cyberpesten bestaat de grootste groep vaak niet uit pesters of slachtoffers, maar uit stille meekijkers. Zij zien wat er gebeurt, maar doen niets. Soms sturen ze toch een lachende emoji of korte reactie, omdat niets zeggen ook ongemakkelijk voelt.

Juist bij deze groep kan een school veel bereiken.

De gevolgen van cyberpesten

De gevolgen van cyberpesten kunnen groot zijn. Een leerling kan zich niet alleen onveilig voelen op school, maar ook thuis. Er is nauwelijks een plek of moment waarop de situatie helemaal stopt.

Cyberpesten kan leiden tot onzekerheid, stress, concentratieproblemen en verminderde schoolprestaties. Sommige leerlingen trekken zich terug, durven minder snel iets in de klas te zeggen of vermijden sociale situaties. Ook kunnen zij bang zijn dat nieuwe berichten, foto’s of screenshots verder worden verspreid.

Wat voor anderen misschien een losse opmerking of grap lijkt, kan voor de betrokken leerling voortdurend aanwezig blijven.

Cyberpesten in de klassenapp

Bijna iedere klas heeft een klassenapp. Deze wordt meestal opgericht voor huiswerkvragen en roosterwijzigingen, maar groeit vaak binnen korte tijd uit tot het sociale centrum van de klas.

Formeel gezien is de app meestal geen verantwoordelijkheid van de school. De school heeft de groep niet aangemaakt, beheert hem niet en docenten zijn doorgaans geen lid. In de praktijk komt alles wat daar gebeurt de volgende dag gewoon mee het schoolgebouw in.

Het lastige aan cyberpesten in de klassenapp is dat het niet altijd de vorm aanneemt van duidelijke, kwetsende opmerkingen. Een leerling wordt bijvoorbeeld uit de groep verwijderd, krijgt structureel geen reactie of ontdekt dat er een tweede groep is aangemaakt waarvan hij of zij bewust is uitgesloten.

Er is dan niet altijd één duidelijk bewijsstuk of één aanwijsbare dader. Er is wel een leerling die zich buitengesloten voelt.

Wat kan een school doen bij cyberpesten in de klassenapp?

Ook in dit grijze gebied kan een school duidelijke stappen zetten:

  • Benoem het vroeg: bespreek de klassenapp al tijdens de eerste weken van de brugklas. Welke afspraken gelden er? Wat doe je als iemand uit de groep wordt gezet? Wie is de beheerder en welke verantwoordelijkheid hoort daarbij?
  • Vraag er gericht naar: een mentor die concreet vraagt: ‘Hoe gaat het in de klassenapp?’ krijgt andere antwoorden dan een mentor die alleen vraagt of alles goed gaat.
  • Betrek ouders: veel ouders weten niet precies wat er in de klassenapp gebeurt. Een bericht in de nieuwsbrief kan ouders bewust maken en helpen om hierover met hun kind in gesprek te gaan.
  • Blijf er als docent buiten: wanneer een docent lid wordt van de groepsapp, verplaatst het gesprek zich waarschijnlijk naar een andere groep. Duidelijke afspraken werken meestal beter dan voortdurend toezicht.

Cyberpesten en social media

Cyberpesten via social media beperkt zich niet tot één platform. Het kan plaatsvinden in groepsapps, via tijdelijke berichten, in reacties onder video’s, tijdens online games of via anonieme accounts.

De platforms veranderen voortdurend, maar de onderliggende mechanismen blijven grotendeels hetzelfde: buitensluiten, belachelijk maken, onder druk zetten en ongewenst delen van berichten, foto’s of video’s.

Docenten hoeven niet ieder socialmediaplatform zelf intensief te gebruiken. Het is wel belangrijk dat zij begrijpen hoe de functies van deze platforms de groepsdynamiek beïnvloeden. Een verdwijnend bericht, anoniem account of gedeelde screenshot kan de situatie bijvoorbeeld moeilijker zichtbaar en bespreekbaar maken.

Bewustwording is nog geen weerbaarheid

Hier gaat het op veel scholen mis. De aanpak bestaat uit een gastles en een poster, terwijl leerlingen meestal al weten dat cyberpesten schadelijk is.

Maar weten is nog geen vaardigheid.

Weerbaar zijn betekent dat een leerling op het moment zelf weet wat hij of zij kan doen. Herkennen wanneer een grap over de grens gaat. Niet reageren op een uitlokkend bericht. Weten bij wie je terechtkunt en begrijpen dat melden niet hetzelfde is als klikken.

Voor een stille meekijker kan weerbaarheid betekenen dat hij of zij zich uitspreekt, niet meelacht of privé een bericht stuurt naar de leerling over wie het gaat.

Dit zijn concrete vaardigheden. Leerlingen ontwikkelen die vooral door ermee te oefenen, niet alleen door erover te horen.

Wat werkt op schoolniveau tegen cyberpesten?

Een effectieve aanpak van cyberpesten vraagt om een aantal structurele keuzes:

  • Werk structureel in plaats van incidenteel. Maak online weerbaarheid een vast onderdeel van het curriculum, zodat de lessen kunnen meegroeien met de leeftijd en ervaringen van leerlingen.
  • Zorg voor een duidelijke meldroute. Vraag eens aan leerlingen bij wie zij cyberpesten kunnen melden. Het antwoord is verrassend vaak: ‘Geen idee.’
  • Help docenten digitale platforms begrijpen. Zij hoeven niet overal zelf actief op te zijn, maar moeten de werking en invloed ervan wel kunnen herkennen.
  • Koppel cyberpesten aan Digitale Geletterdheid. Online pesten hangt samen met privacy, digitale voetafdrukken, anonimiteit en de invloed van social media op het zelfbeeld. Wanneer deze onderwerpen los van elkaar worden behandeld, missen leerlingen het onderlinge verband.

Hoe Go21 helpt bij online weerbaarheid

Binnen onze doorlopende leerlijn Digitale Geletterdheid is mediawijsheid een onderwerp dat in alle leerjaren terugkomt.

Leerlingen werken aan online identiteit en bescherming, privacy, cyberpesten, digitale voetafdrukken en de invloed van social media. Dat gebeurt met interactieve opdrachten die aansluiten bij de digitale omgevingen en situaties waarmee zij dagelijks te maken krijgen.

De lessen van Go21 zijn inzetbaar als aparte lessen, binnen andere vakken of tijdens het mentoruur. Zo kiest iedere school de vorm die het beste aansluit bij het eigen onderwijs.

Benieuwd hoe je leerlingen op jouw school structureel weerbaarder kunt maken tegen cyberpesten? Neem contact op voor een demo of plan een vrijblijvende kennismaking.

Deel dit bericht:

Deze website gebruikt cookies om uw browse-ervaring te verbeteren en ervoor te zorgen dat de site correct functioneert. Door deze site te blijven gebruiken, erkent en accepteert u ons gebruik van cookies.

Alles accepteren Alleen vereiste accepteren